Volume 2021 : 7
Ex post evaluation of competition enforcement at DG Competition
Digital Markets Act: het antwoord van de Europese Commissie op de groeiende macht van digitale platformen
Het hindernissenparcours voor private damages actions in België: the story continues
Evaluatie van het mededingingsbeleid
Hof van Justitie (gr. k.), 24/11/2020, C-445/19
DAEB-steunontvangers ontsnappen niet aan onrechtmatigheidsrente, ook niet na een latere verenigbaarheidsbeslissing van de Europese Commissie
Hof van Justitie, 27/01/2021, C-595/18 P
Civielrechtelijke toerekening van mededingingsinbreuken aan een moedervennootschap: de kortste weg naar aansprakelijkheid
Hof van Justitie, 25/03/2021, C-591/16 P
Balanceren tussen intellectueel eigendomsrecht en mededingingsrecht bij het sluiten van “reverse payment (patent) settlements” – Lundbeck (C-591/16 P)
Hof van beroep Gent, 01/03/2021, 2019/AR/1255 en 2019/AR/1393
Délai de paiement de 60 jours maximum dans les transactions commerciales – Loi du 14 août 2021 modifiant la loi du 2 août 2002
Actualité : Cour de cassation, 24/06/2021
Actualité : Hof van Cassatie, 14/06/2021
Actualité : C.J.U.E., 15/07/2021
Actualité : Hof van Cassatie, 24/06/2021
Ex post evaluation of competition enforcement at DG Competition
Digital Markets Act: het antwoord van de Europese Commissie op de groeiende macht van digitale platformen
Het hindernissenparcours voor private damages actions in België: the story continues
Evaluatie van het mededingingsbeleid
Hof van Justitie (gr. k.), 24/11/2020, C-445/19
DAEB-steunontvangers ontsnappen niet aan onrechtmatigheidsrente, ook niet na een latere verenigbaarheidsbeslissing van de Europese Commissie
Hof van Justitie, 27/01/2021, C-595/18 P
Civielrechtelijke toerekening van mededingingsinbreuken aan een moedervennootschap: de kortste weg naar aansprakelijkheid
Hof van Justitie, 25/03/2021, C-591/16 P
Balanceren tussen intellectueel eigendomsrecht en mededingingsrecht bij het sluiten van “reverse payment (patent) settlements” – Lundbeck (C-591/16 P)
Hof van beroep Gent, 01/03/2021, 2019/AR/1255 en 2019/AR/1393
Délai de paiement de 60 jours maximum dans les transactions commerciales – Loi du 14 août 2021 modifiant la loi du 2 août 2002
Actualité : Cour de cassation, 24/06/2021
Actualité : Hof van Cassatie, 14/06/2021
Actualité : C.J.U.E., 15/07/2021
Actualité : Hof van Cassatie, 24/06/2021
Année
2021
Volume
2021
Numéro
7
Page
946
Langue
Néerlandais
Juridiction
Gent, Hof van Beroep - Cour d'Appel, 01/03/2021
Référence
“Hof van beroep Gent, 01/03/2021, 2019/AR/1255 en 2019/AR/1393”, RDC-TBH 2021, nr. 7, 946-959
Résumé
Het autonome Europese ondernemingsbegrip zoals van toepassing op publiekrechtelijke handhaving van het EU-mededingingsrecht vindt ingang in het (privaatrechtelijke) schadevergoedingsrecht, waardoor een moedervennootschap ook privaatrechtelijk aansprakelijk kan zijn voor de mededingingsrechtelijke inbreuken van haar dochter omdat ze een economische eenheid zijn. Het vermoeden dat kartels schade veroorzaken geldt slechts voor zover het kartel plaatsvond na de inwerkingtreding van de omzettingswet van 6 juni 2017 die de richtlijn 2014/104/EU omzet in Belgisch recht. Wanneer de Europese Commissie een inbreuk vaststelt staat de inbreuk in de schadevergoedingsprocedure onweerlegbaar vast. Het opleggen van een boete impliceert dat de onderneming opzettelijk of uit onachtzaamheid heeft gehandeld. Dit is bindend voor de nationale rechter. Aldus kan een fout in de zin van artikel 1382 (oud) B.W. worden weerhouden. Voor zover de richtlijn 2014/104/EU en de omzettingswet van 6 juni 2017 niet van toepassing zijn, komt het aan de vermeende schadelijder toe om het bewijs aan te leveren van het feit dat zij zeker en vaststaand schade heeft geleden. Waar het bestaan van een zekere en vaststaande schade niet wordt aangetoond, leidt dit tot de ongegrondheid van de op basis van artikel 1382 (oud) B.W. ingestelde aansprakelijkheidsvordering, nu aan één van de constitutieve bestanddelen niet is voldaan. In deze omstandigheden is er geen reden om alsnog de aanstelling van een gerechtsdeskundige te bevelen om een advies te verlenen omtrent het bestaan van schade door prijsverschillen als omtrent de mogelijke oorzaken van de gebeurlijk vastgestelde prijsverschillen. Indien de voorlopige tenuitvoerlegging van een vonnis kosten van de expertise met zich heeft meegebracht die door de hervorming in hoger beroep nutteloos blijken te zijn, dient de partij die de gerechtsdeskundige met de uitvoering van zijn opdracht heeft gelast, deze kosten zelf te blijven dragen.
Cher visiteur,
Cette page est resevée aux menbres de Jurisquare.
Veuillez vous connecter en cliquant sur le bouton 'Log in' ci-dessous, ou demander sans engagement une offre personnalisée en cliquant sur le bouton 'Abonner'. A partir de € 422,57(hors TVA) par an vous devenez déjà membre de Jurisquare et pouvez déjà accéder à la plus grande bibliothèque juridique digitale de Belgique!